Skip to content

Signaaldefinities

Met Signaaldefinities beheer je de regels achter de signaleringen die in Scrivio op de juiste plek als zachte waarschuwing verschijnen — bijvoorbeeld "cliënt mist contactgegevens" of "afspraak nog niet gedeclareerd". Een signaaldefinitie bepaalt op welk soort gegeven gelet wordt, onder welke voorwaarden er een signaal ontstaat en welk bericht de gebruiker dan ziet. Het scherm is bedoeld voor organisatiebeheerders.

Overzicht

Route/organization/signals
DoelgroepOrganisatiebeheerder
Benodigde rechtensignal_definitions.manage

De signaaldefinities staan in een tabel met de volgende kolommen:

KolomBetekenis
NaamNaam van de signalering, met een korte beschrijving eronder.
TypeHet soort gegeven waarop de signalering let (zie tabel hieronder).
Actieve signaleringenAantal keer dat deze definitie op dit moment een actief signaal geeft.
StatusSchakelaar om de definitie in of uit te schakelen.

Achter de naam staat een label dat aangeeft of het om een Systeem-definitie (standaard meegeleverd) of een Aangepast-definitie (zelf aangemaakt) gaat. Systeemdefinities kun je in- en uitschakelen, maar niet verwijderen.

Types signalering

Het type bepaalt op welk soort gegeven een signalering let. Bij het aanmaken kies je uit:

TypeLet op
CliëntGegevens van een cliënt.
AfspraakEen afspraak.
AfspraakfeitEen afgeronde afspraak (voor declaratie-signalen).
ZorgtrajectEen zorgtraject van een cliënt.
DocumentEen document.
FormulierEen formulierinzending.
ContractEen contract.

Hoe het werkt

Een signaaldefinitie is een regel die Scrivio voortdurend toetst aan je gegevens. Klopt de regel voor een bepaald gegeven, dan ontstaat er een actief signaal dat als zachte waarschuwing op de juiste plek in de app verschijnt. Verdwijnt de aanleiding (de regel klopt niet meer), dan lost het signaal vanzelf weer op. Onderstaande punten leggen uit hoe die toetsing werkt en waarom het scherm zich gedraagt zoals het doet.

Voorwaarden bepalen wanneer een signaal ontstaat

De voorwaarden zijn de kern van een definitie: een set vergelijkingen op de velden van het gekozen type. Een signaal ontstaat zodra een gegeven aan álle voorwaarden voldoet. Je stelt ze samen met de voorwaardenbouwer; elke voorwaarde bestaat uit een veld, een operator en (meestal) een waarde.

OperatorBetekenisVoorbeeld
is gelijk aanVeld heeft precies deze waarde.status is gelijk aan ACTIEF
is niet gelijk aanVeld heeft een andere waarde.status is niet gelijk aan GEARCHIVEERD
is leegVeld is niet ingevuld.telefoonnummer is leeg
is niet leegVeld is ingevuld.bsn is niet leeg
groter dan / kleiner danNumerieke of datumvergelijking.dagen_sinds_afspraak groter dan 14

Een uitgewerkte regel — "cliënt mist contactgegevens" op het type Cliënt:

e-mailadres is leeg én telefoonnummer is leeg

Zolang een cliënt zowel e-mailadres als telefoonnummer mist, blijft het signaal actief. Vult iemand één van beide in, dan voldoet de cliënt niet meer aan de regel en verdwijnt het signaal. Het berichtsjabloon bepaalt de tekst die daarbij getoond wordt; met {client.name} vul je dynamische waarden van het gegeven in.

Wanneer er getoetst wordt

Scrivio toetst de regels op twee momenten:

  • Direct (event-gestuurd): zodra er iets aan een gegeven verandert — bijvoorbeeld een cliënt wordt bijgewerkt of een afspraak afgerond — toetst Scrivio meteen de bijbehorende definities. Signalen verschijnen of verdwijnen daardoor vrijwel direct.
  • Veiligheidssync (elke 15 minuten): een achtergrondtaak loopt periodiek alle definities na, als vangnet voor wijzigingen die geen directe toetsing in gang zetten. Het kan dus tot zo'n 15 minuten duren voordat een signaal dat buiten de directe paden om ontstaat, zichtbaar wordt.

Wie een signaal ziet

Een definitie heeft geen aparte instelling voor "wie ziet dit". De doelgroep wordt afgeleid uit drie dingen samen:

  • het type (waar het signaal aan hangt, de zogeheten root-entiteit);
  • de rol en rechten van de gebruiker;
  • de relaties tussen entiteiten (bijvoorbeeld: behoort de cliënt tot het behandelteam van de gebruiker).

Daardoor ziet een behandelaar cliëntsignalen van zijn eigen cliënten, terwijl declaratiesignalen bij de juiste administratieve rol terechtkomen — zonder dat je dat per definitie hoeft in te stellen.

Waarom een definitie na aanmaken vastligt

Naam, type, berichtsjabloon en voorwaarden kun je na het aanmaken niet meer wijzigen (zie Signalering bewerken). De reden: actieve signalen worden continu uit de definitie afgeleid. Zou je de regel onderweg aanpassen, dan zouden bestaande signalen niet meer overeenkomen met de voorwaarden waaronder ze ontstonden, en zou de telling Actieve signaleringen onbetrouwbaar worden. Wil je iets anders, dan verwijder je een aangepaste definitie en maak je een nieuwe aan. In- en uitschakelen mag wél, want dat verandert de regel zelf niet.

Afspraak versus Afspraakfeit

Twee types lijken op elkaar maar werken op een ander niveau:

  • Afspraak let op een afspraak zelf (gepland, verzet, geannuleerd) — handig voor signalen rond de planning.
  • Afspraakfeit let op een afgeronde afspraak op declaratieniveau. Elke afgeronde afspraak levert een feit op dat los gedeclareerd kan worden, dus declaratiesignalen ("afspraak nog niet gedeclareerd") hangen aan het afspraakfeit, niet aan de afspraak. Zo blijft een signaal gekoppeld aan precies dat declarabele feit, ook als één afspraak meerdere feiten oplevert.

Signalering aanmaken

  1. Klik rechtsboven op + Nieuwe signalering.
  2. Vul de velden in het venster in.
  3. Klik op Aanmaken.
VeldVerplichtToelichting
NaamJaNaam van de signalering, bijvoorbeeld "Cliënt mist contactgegevens".
BeschrijvingNeeOptionele toelichting op de signalering.
TypeJaHet soort gegeven waarop de signalering let (zie Types signalering).
BerichtsjabloonJaDe tekst die de gebruiker bij het signaal ziet. Gebruik {entiteit.veld} voor dynamische waarden, bijvoorbeeld {client.name}.
VoorwaardenJaDe voorwaarden waaronder het signaal ontstaat.

De voorwaarden stel je samen met de voorwaardenbouwer. Kies eerst een type; daarna kun je voorwaarden op de velden van dat type instellen. De bouwer toont een voorbeeld en geeft aan of de voorwaarden geldig zijn. Aanmaken kan pas als naam, type, berichtsjabloon en geldige voorwaarden zijn ingevuld.

In- of uitschakelen

Met de schakelaar in de kolom Status zet je een signalering aan of uit. Een uitgeschakelde definitie levert geen nieuwe signalen meer op. De wijziging wordt direct opgeslagen. Dit werkt zowel voor systeem- als voor aangepaste definities.

Details bekijken

Klik op een rij om het detailvenster te openen. Hier zie je alle gegevens van de signaaldefinitie:

  • De status (Actief of Inactief).
  • De beschrijving (indien ingevuld).
  • Het type en het aantal actieve signaleringen.
  • Het berichtsjabloon.
  • De regelexpressie — de onderliggende voorwaarden in technische vorm.

Het detailvenster is alleen-lezen; je sluit het met Sluiten.

Signalering bewerken

Een bestaande signaaldefinitie kan niet inhoudelijk worden gewijzigd. Vanuit het detailvenster bekijk je de instellingen, maar naam, type, berichtsjabloon en voorwaarden liggen na het aanmaken vast.

Wat je wél kunt aanpassen:

Signalering verwijderen

Alleen aangepaste definities kunnen worden verwijderd; systeemdefinities niet.

  1. Klik bij een aangepaste definitie op het verwijderknopje (×) achter de rij.
  2. Bevestig in het venster door op Verwijderen te klikken.

Let op: verwijderen kan niet ongedaan worden gemaakt. Heeft de definitie actieve signaleringen, dan wordt dat aantal in het venster genoemd; die signalen verdwijnen mee.

Sorteren

Klik op een kolomkop om de signaleringen op die kolom te sorteren. Klik nogmaals op dezelfde kop om te wisselen tussen oplopend en aflopend. Sorteren kan op Naam, Type en Actieve signaleringen. Standaard staan de signaleringen oplopend op naam gesorteerd.

Scrivio Documentatie